• Rachel Schipper

Ademnoodrem


 

December 2020, het lijkt zo'n ver-van-je-bed-show. Tot Covid-19 ineens naast míjn bed stond, in mijn bed lag, zich als een deken over me heen drapeerde. Alsof de crisis van afgelopen maanden alleen gold voor anderen, en geen reëel risico vormde voor mij. Ik heb het altijd serieus genomen, en geloofde ook echt dat mensen er zeer ziek van konden worden. Maar échte angst kende ik niet voor Covid-19. Ik hield me aan de regels, maar dat deed ik meer voor mijn medemens dan uit angst om het zelf op te lopen. Het was mijn werkelijkheid niet, althans, niet echt. En ik zie nu in hoe naïef ik was.


Ik ben gewend dat ik kan ademen, zingen en praten. De trap op kan lopen zonder te hijgen. Het was mild, zoals de experts dat omschrijven. Maar ik was niet alleen. Er groeide nog een klein mensje in mij, dat net zo goed zuurstof nodig had. Dat was spannend, pijnlijk beangstigend. Alsof ik mijn verantwoordelijkheid voor haar niet kón nemen. Gelukkig was ik beter na zo'n 2,5 week. Athans, dat dacht ik. Want toen begon het pas écht.


Januari 2021, een nieuw jaar en een nieuwe start. Vol goede moed, blijde verwachting en gezonde spanning ging ik het nieuwe jaar in. Ik voelde me nog wat moe, en had af en toe wat hoofdpijn. Toch begon ik maar weer met werken, ik zou wel even rustig opstarten en dan kwam het vast goed. Totdat ik merkte dat mijn vermoeidheid alleen maar erger werd, mijn hoofdpijn alleen maar sterker, en ik steeds minder scherp. Ik werd warrig, kreeg het niet meer voor elkaar om te bedenken wat ik moest doen voor mijn werk. Gedurende de eerste werkweek in januari, meldde ik me toch maar ziek. Ik dacht, wellicht ben ik nog niet helemaal uitgeziekt. Ik ken mezelf en sta vaak niet zo goed in contact met m'n lijf, en weet dat ik voor mijn gevoel eerder aan de bel moet trekken. Dat deed ik dan maar, met tegenzin.


Maar ik werd niet beter. Alleen maar zieker. En hoe meer ik vocht, hoe zieker ik werd. Ik vocht tegen alles. De gedachte van ziek-zijn, de oordelen van een ander en die van mezelf. Ik vocht tegen de roofbouw en voelde maar één ding; achteruitgang. Ik keek machteloos toe, alsof ik niet zelf de trein bestuurde. En ergens in mijn hoofd was er ook ongeloof. Alsof de illusie van maakbaarheid nu pas echt doordrong. En die illusie brak compleet af toen mijn man dezelfde verschijnselen kreeg.


Het werd langzaam lente en ondertussen groeide dat lieve mensje in mijn buik door. En dat ging gelukkig goed. Maar er knaagde iets. Het was geen muisje dat knaagde, maar eerder een grote bever. Want hoe harder de dagen voorbij gingen, hoe zieker we werden. En hoe korter de tijd voor de bevalling werd. Hoe zouden we dat gaan overleven? Die bever bleef knagen, maar de boom werd niet geveld. Ik denk dat dat overlevingsinstinct was. Ik kón gewoonweg niet instorten.


Zo verstreken de maanden. En eindelijk kwam er hulp begin november. Ik mocht gaan revalideren, mijn man weer rustig opbouwen. Zijn vooruitgang gaf mij hoop. En hoe klein de stapjes ook waren, voor het eerst waren ze er!


Als je zó stil komt te staan, ga je vanzelf stil staan. Stil staan bij jezelf, de samenleving, en de filosofie die je wilt naleven om beide te kunnen samenvoegen. Een moment om adem te halen vanuit een groter perspectief. Langzaam begin ik weer te ademen. Niet uit ademnood, maar met ademruimte.



 

Ademnoodrem


Rachel Schipper

0 comments

Recent Posts

See All